Een van de vele dingen, waarin wij ons onderscheiden van veel andere uitgaven, is dat we best twee of drie advertenties willen hebben, maar dat we tegelijkertijd een rotsvast vertrouwen hebben, dat goede verhalen en goede fotografie ertoe zullen leiden, dat mensen een tijdschrift met liefde zullen aanschaffen.

Er is niets mis met tijdschriften die hun hele concept bouwen op sponsors en vrijwel alle inhoudelijke redactionele bijdragen zo schrijven dat ze minstens een, twee of liever nog drie adverteerders naar de mond praten. Vooral niet als de uiteindelijke gedrukte uitgaven gratis weg gegeven worden op punten die voor de betreffende doelgroep belangrijk zijn. Dat is een duidelijke keuze voor detailhandel en consument, maar het is tegelijkertijd een definitief afscheid van een belangrijk journalistiek uitgangspunt, namelijk: redactionele onafhankelijkheid. Die onafhankelijkheid was ooit een groot goed, verankerd in de wetgeving over persvrijheid.

NORDEN+ is, duidelijk en verdiend, het eigendom van de gemeenschap, anders dan bij de reguliere NORDEN, waar we niet alleen onze arbeid en onze expertise in oude media, onze tijd en enthousiasme hebben moeten inzetten, maar vooral ook tijdens het eerste jaar diep in de buidel hebben moeten tasten.

Bij NORDEN+ verliep dat allemaal heel anders. De gemeenschap heeft ruimhartig exemplaren aangekocht, zodat er inmiddels zelfs een tweede druk van het eerste nummer is verschenen. De dankbaarheid die wij voelen naar de mensen die dat mogelijk hebben gemaakt, is dan ook onmeetbaar groot.

Natuurlijk is het niet zo, dat we onze 7-daagse werkweek hebben meegenomen in winst- of verliesberekening. Dat hoeft ook niet, want wij zijn bestuurders van een stichting en wij werken als vrijwilligers. Dat bedoel ik dan in de meeste droge betekenis van het woord. We gaan, om maar een idioot voorbeeld te noemen, niet op kosten van de stichting een weekje naar New York of Los Angeles om daar alle evenementen af te lopen in de hoop ons netwerk uit te breiden. Dat lukt, eerlijk gezegd, ook zonder reizen prima.

Toch blijft die redactionele onafhankelijkheid een kwestie die steeds weer verdedigd moet worden, want de mensjes met veel ideeën en weinig daadkracht, zijn overal en zij zouden niets liever dan een, met veel geploeter tot stand gekomen uitgave, gaan micromanagen en daar ligt ook zo’n beetje de grens van onze tolerantie. We snappen de behoefte van meedenken heel goed, maar met decennia ervaring in het produceren van tijdschriften en door schade en schande wijs te zijn geworden, is het soms moeilijk om alle conceptuele meedenkers ruim baan te geven. Vooral als die input vanuit één specifieke hoek komt. Dat kan een horeca-gelegenheid, een winkeleigenaar of zelfs een winkelketen zijn. Wij staan wel degelijk open voor input die uit de gemeenschap zelf komt, laat daar geen onduidelijkheid over bestaan, maar diversiteit zal daar een belangrijk grondbeginsel in moeten zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *